Ik weet al lang waarom ik naast mijn studie (te) veel deed, en waarom ik meestal jasjes droeg: een compensatie zoeken met mijn onzekerheid. Ik vind mijzelf niet onzeker – dus deze analyse kan alleen reflectief worden gemaakt. Maar ik denk dat ik altijd, onbewust op zoek ging naar zaken die mijn onzekerheid konden compenseren.

Een jongen die de Nederlandse taal als een baby leerde toen hij 15 was, niet met boeken is opgegroeid en overduidelijk een accent had als hij sprak – die jongen moest zijn weg weten te vinden in een wereld van vanzelfsprekendheden.

Daarnaast is de drang naar een toevlucht een belangrijke verklaring voor mijn vluchtig gedrag buiten de universiteit. Zo voorspelbaar – maar mijn leven is altijd in een teken van een toevlucht gestaan. Als ik een roman zou schrijven zou ik die zin illustreren aan de hand van levendige voorbeelden. Maar neem het voor nu van mij aan. En wie vlucht kan niet makkelijk landen. In de liefde niet. In vriendschap niet. Ook niet in studie en werk.

Dat klinkt niet hoopvol. Maar de keerzijde is dat je vanuit die vluchtige positie bewust kunt zijn van het feit dat er veel meer bestaat heilige dogma’s. Er bestaat een ongekend leven buiten de boeken – maar zonder die boeken zullen we dat niet kunnen vastleggen. Er bestaat een werkelijkheid buiten politieke theoretisering – maar zonder die theoritesering kunnen we geen grip krijgen op die werkelijkheid. Er bestaat een leven buiten de collegebanken, maar zonder die collegebanken was ik niet wie ik ben.

Laten we wanneer we kunnen onszelf verliezen in het nu en het hier. Vorige week verloren wij een vriend, een broer, een vader in Assen – heel jong, ambitieus en gezond. Dus wanneer wij kunnen – laten wij datgene doen waarvoor wij gemaakt zijn. Vul dat zelf maar in. Waarachtig zijn is een imperatief voor wie het leven betekenis wil geven.