Vrijheid is geen makkelijke woord. Althans, elke keer wanneer ik er aan denk, vraag ik mij constant af wat het inhoudt? Ik zie beelden voor mij: en zaal vol mensen die ongestoord naar een verhaal zitten te luisteren. Vrienden en collega’s die op vrijdagavond samen een biertje drinken. Een jongen of een meisje die zich vorige week heeft ingeschreven voor zijn of haar droomstudie.

Aan dit soort beelden moet ik denken als ik aan het woord vrijheid hoor. Maar het woord vrijheid dwingt mij ook om verder te kijken. Om wat filosofisch te zijn en vragen te stellen. Om te reflecteren.

Trouwens, het vermogen om te reflecteren kan alleen als wij vrij zijn. Vrijheid maakt reflectie mogelijk.
Gisteren hebben wij gereflecteerd over de Tweede-Wereldoorlog en andere oorlogen. Wij hebben de doden van deze verschrikkelijke oorlogen herdacht. ‘Nooit meer’ zeiden wij dan tegen elkaar.

Er is in onze samenleving ook steeds meer discussie over hoe wij 4 mei moeten invullen. Sommigen vinden dat wij te veel nadruk leggen op de Tweede Wereldoorlog. Andere vinden dat wij vluchtelingen die zijn overleden in de Middellandse zee ook moeten herdenken. Anderen vinden dat de herdenking niet inclusief is en alleen maar het perspectief van witte Nederlanders representeert.

Maar we konden gisteren stil staan omdat wij vrij zijn. We kunnen ook deze discussies voeren over hoe wij invulling aan onze herdenkingscultuur moeten geven – als wij vrij zijn.
Met andere woorden, zonder vrijheid is er geen reflectie.

Maar vergis je niet. Zonder reflectie is vrijheid waardelos. Zonder gisteren is er geen vandaag. Het goede nieuws is: reflecteren kun je leren. En het noodzakelijke nieuws is: reflecteren moet je leren.

Hoe kunnen wij leren reflecteren om de vrijheid die wij hebben meer te waarderen en te waarborgen?

In december van vorige jaar was ik naar Terneuzen, in Zeeland gegaan om met de bewoners daar te spreken over mijn zoektocht naar de Nederlander. Een vriend die in Terneuzen woont had een bijeenkomst georganiseerd waar autochtonen Nederlanders in gesprek gingen met nieuwkomers, vluchtelingen. Tijdens deze bijeenkomst vertelde een Eritrese vrouw hoe wonderlijk zij het vond dat zij in Nederland heel veel ruimte kreeg om zelf invulling te geven aan haar eigen leven. Zij vond het heel bijzonder dat zij hier een rekeningnummer zelf mocht beheren, dat er van haar werd verwacht om een opleiding te doen en dat zelfstandig kon bepalen. Ook het feit dat er om haar mening werd gevraagd vond zij heel wonderlijk.

‘Waar ik vandaan kom verwacht niemand dat ik iets te zeggen heb.’ vertelde zij. Een aantal bewoners die aanwezig op de avond aanwezig waren vertelden mij na afloop dat zij door dat verhaal meer begrip voor de vrouw konden brengen. Zij snapten hoe niet vanzelfsprekend het voor deze vrouw moet zijn om een eigen leven te leiden.

Ik deel het verhaal van de Eritrese vrouw omdat het ons een belangrijke boodschap mee geeft: pas wanneer je weet hoe het voelt om niet vrij te zijn kun je de waarde van vrijheid werkelijk ervaren.

Ik hoop dat Nederland naar het verhaal van de Eritrese vrouw, maar ook van al die duizenden vluchtelingen die een nieuw bestaan in ons land aan het bouwen zijn gaan luisteren. Zij nemen verhalen met zich mee die onze imaginaire vermogen kunnen versterken. Zij brengen verhalen met zich mee die ons weer kunnen leren reflecteren. Want, wat is de waarde van vrijheid als wij niet meer de mogelijkheid hebben om het gebrek ervan van dichtbij te ervaren? Wie vrijheid wil waarderen moet eerst ervaren hoe en horen onvrijheid voelt.

Vrijheid vieren is geen vanzelfsprekendheid. Ik heb deze anekdote uit 2012 op papier twee jaar geleden gezet om dat uit te leggen.

“Het was op een zaterdag  in november 2012. Ik was net gekozen tot bestuurslid van het CDJA, de jongerenorganisatie van het CDA. Met vreugde en trots koesterde ik mijn overwinning. Blij en trots omdat ik nog maar zes jaar in Nederland woonde en het mij was gelukt om in mijn nieuwe land te integreren, dat ik zelfs bestuurslid werd van een politieke jongerenorganisatie.

Een paar minuten na mijn overwinning keek ik op mijn telefoon. Ik wist niet wat mij te wachten stond. De stad Goma in mijn geboorteland Congo was een puinhoop geworden. De rebellen hadden de stad ingenomen. Er vielen honderden doden. Het leek erop dat vrijheid een mythe was in dit land dat meer dan 5 miljoen doden heeft gekend als gevolg van een eerdere ‘burgeroorlog’.

Zeg het mij maar: kan ik vrijheid in Nederland vieren terwijl het land en het continent waar ik vandaan kom onder het juk van extreme krachten leeft? Ik schrijf dit artikel in het Nederlands omdat ik de kans heb gehad om Nederland mijn thuis te maken en dus de Nederlandse taal te leren. Ik studeer en werk in Nederland. Daarnaast ben ik maatschappelijk betrokken in Nederland.”

Ik deel mijn anekdote uit 2012 om te laten zien dat vrijheid vieren ook iets is wat overgedragen moet worden. Het gaat niet niet vanzelf dames en heren. Wie 50 jaar van zijn leven in een gevangenis heeft doorgebracht en alleen 1 minuut per dag licht via het raam kon zien – zal verblind raken wanneer hij na zijn vrijlating daar buiten geconfronteerd wordt met het felle zonlicht dat hij voor jaren naar heeft verlangd.

Vluchtelingen en voormalige vluchtelingen dragen allerlei vragen met zich mee in ons land. Zelfs als ze geïntegreerd zijn, dat ze zelfs bestuurslid kunnen worden van een politieke jongeren organisaties, blijven zij geconfronteerd met het feit dat hun verscheurde verleden en landen van afkomst hun direct of indirect blijven achtervolgen.

Ik denk dat zowel nieuwkomers als autochtone inwoners van dit land elkaar kunnen leren om de vrijheid die wij hebben te koesteren en door te geven. Enerzijds door nieuwkomers die ons leren om een imaginaire vermogen te ontwikkelen om bewust te zijn van het feit dat de vrijheid die wij hebben niet vanzelfsprekend is. Wij kunnen door deze interactie met onze reflectievermogen vergroten zodat wij de vrijheid die wij hebben nog meer gaan waarderen. Maar anderzijds kunnen we ook nieuwkomers leren om zich thuis te voelen. Door een interactie met ze aan te gaan. Als buren, klasgenoten, geliefden, vrienden en teamgenoten bijvoorbeeld. Door ze te vertellen dat zij welkom zijn en wanneer de zon te vel is, zij prima een zonnebril mogen dragen.

Vrijheid is een werkwoord.

Vrijheid vieren kun je leren.

Deze tekst heb ik voorgedragen op 5 mei in Den Haag (Malieveld) bij plein van Vrijheid Podium, georganiseerd door Justice and Peace.